Armoede: niet dweilen met de kraan open.

Het probleem van armoede treft steeds meer mensen. Het Vlaams Belang wil hier dit jaar iets aan doen. Het wordt tijd dat de lokale politiek eens echt aandacht gaat besteden aan armoede. Er wordt al veel over gesproken, het OCMW van Malle heeft enkele projecten en het OCMW verleent begeleiding en noodhulp zoals dat hen opgelegd is.  Maar we hebben vooral de indruk dat het OCMW van Malle meer dweilt met de kraan open.
Gelukkig besteed ook de nationale media en publieke opinie reeds aandacht aan het probleem van armoede. Dikwijls maar te eenzijdig wordt er verwezen naar werk en huurproblematiek. Maar het probleem is veel groter en veel breder.

Zo weten we, dankzij de studie van het centrum OASeS (Universiteit Antwerpen), dat 31% van de armen aan het werk is. Het volstaat dus niet alleen om over “werk en activering” en activering te praten. Woonuitgaven nemen een maandelijks een grote hap uit het budget en bepalen in  grote mate het inkomen dat gezinnen overhouden. Maar veelal wordt vergeten dat mensen ook gezonde voeding en vooral sociale contacten nodig hebben om uit de miserie te komen.

We willen ook eens aandacht besteden aan die groep werkende kansarmen, de lagere middenklasse met een laag loon. Deze groep wordt wel eens vergeten, nochtans kunnen we bij deze groep erger voorkomen. Als we niet preventief te werk gaan, blijven we dweilen met de kraan open. Al willen we hiermee natuurlijk niet zeggen dat we andere doelgroepen vergeten.

Maar terug naar onze werkende kansarmen, de lagere middenklasse. Zij gaan dus eerst alle vaste onkosten zoals huur of afbetaling van de woonlening, energie- en verwarmingskosten aftrekken van hun maandelijkse inkomen.  Dat gene wat zij over hebben kunnen ze dan uitbesteden aan sociale noden of gezonde voeding. Ze willen vooral niet “sociaal geïsoleerd” raken, proberen hun armoedeproblemen te verbergen voor hun omgeving en zullen snel gaan lenen op hun grote kosten zodat zij toch nog geld overhouden om met hun vrienden en kennissen op stap te kunnen gaan.

Dit is trouwens ook de groep die niet zo snel naar het OCMW zal stappen. Het concept “sociaal huis” werkt wel drempelverlagend, maar het OCMW kan hen niet helpen. Ze verdienen immers net te veel, om huursubsidies of tussenkomst in de energiekosten (bv. Stookoliefonds) te krijgen. Zij gaan dus moeten gaan lenen om grote kosten te betalen zoals bijvoorbeeld de aankoop van 2000 liter stookolie per jaar, herstelkosten aan hun noodzakelijke wagen (voor het werk) of de schoolkosten van hun kinderen. Enkel zo houden zij geld over om de schijn voor hun vriendenkring hoog te houden en hun armoede probleem geheim te kunnen houden. 

Misschien bent u ook geïnteresseerd in ...